MP3 klinkt gewoon goed op je iPhone. Converteer niet onnodig naar AAC.
Ik herinner me de tijd dat DCC en MiniDisc om de eer streden om de Compact Cassette en de MusiCassette te vervangen. Dit speelde zich in de jaren negentig af, toen de Walkman (dé portable cassettespeler van Sony) helemaal hip was. MiniDisc (een digitaal schijfje) en DCC (een digitaal bandje) waren van plan de opvolger van de cassette te worden. Beide media maakten daarbij voor het eerst gebruik van datareductie net als de nu geaccepteerde formaten MP3 en AAC. Datacompressie leverde destijds veel (bevooroordeeld) commentaar op van met name audiofielen, omdat deze formaten gegevens wegfilteren en dat de geluidskwaliteit zou schaden.
Sinds 1993 gebruik ik de MiniDisc, waamee je zelf je je eigen CD’s kunt opnemen in digitale kwailiteit met behoud van de gebruiksvriendelijkheid van een CD. MiniDisc is een heerlijk medium voor audio, en dat was zeker begin jaren 90 het geval, toen de opneembare CD nog niet beschikbaar was. Het was eigenlijk een schande dat Philips als uitvinder van de CD destijds met een digitaal tape-medium in de vorm van de DCC cassette kwam aankakken. Toenderijd was de echte vernieuwing dat beide media (DCC en MiniDisc) voor het eerst gebruik van datareductie voor de geluidsopname; de MiniDisc van het Sony-eigen algoritme ATRAC en de DCC cassette van het algoritme PASC. Vergelijk het maar met MP3 en AAC van vandaag. De MiniDisc reduceerde de CD-signalen met één vijfde en de DCC met één vierde.
Zowel DCC als MiniDisc zijn geen serieuze opvolger van de Compact Cassette gebleken; MiniDisc had het gebruiksgemak van de CD en DCC had de geluidskwaliteit die zelfs de CD overtrof. Tsja, Sony en Philips hadden maar moeten samenwerken, zoals ze dat bij de Compact Disc wél hebben gedaan. Hoewel MiniDisc nog steeds bestaat (DCC niet meer sinds 1996), kijkt niemand er meer naar om. We hebben nu immers spelers met vele gigabytes aan flash-geheugen, zoals een iPod, iPhone, Sony Ericsson Walkman GSM etc. Philips introduceerde na het DCC debacel in 1996 de opneembare CD, de CD-R(ecordable). Er verschenen enkele CD-R audio recorders van verschillende merken, kort daarop vond de CD-R zijn weg naar de PC en Mac, zij het tegen een behoorlijke prijs.
Heel verwonderd was ik toen er voor het eerst over MP3 gerept werd; ik maakte kennis met de eerste versie van WinAmp op mijn PC. Dat zal eind 1996 geweest zijn. Met mijn 56k6 modem (top of the bill at that time) downloadde ik de eerste MP3 encoder die beloofde mijn muziek met factor 10 te kunnen krimpen en toch dezelfde geluidskwaliteit als de CD te kunnen behouden. Ik stond versteld van de kwaliteit van het geluid en het kleine bestandsformaat (t.o.v. WAV, of PCM, het ongecomprimeerde CD-formaat) en ik kon dus niet wachten om vrienden hiervan op de hoogte te stellen! Dat je met geavanceerde datareductie zoveel kwaliteit kon behouden was ongelooflijk!
Zowel Sony (MiniDisc) als Philips (DCC) hielden echter geen rekening met wat er stond te gebeuren. Het aantal huishoudens met een internetaansluiting groeide gestaag en de computersnelheid en de opslagcapaciteit op de harde schijf groeide eveneens. Een CD-brander werd betaalbaar, downloadsnelheden voor internetdata gingen omhoog en velen ontdekten de kwaliteiten van MP3 en de mogelijkheid om MP3-bestanden uit te wisselen (denk aan Napster, Kazaa en Limewire). Bovendien kon je MP3′s steeds gemakkelijk op een CD branden en in iedere CD-speler afspelen. In de late jaren negentig werd de combi Internet/MP3/recordable CD dus helemaal hip. De perfecte combinatie, en die ontstond spontaan! Philips met de CD-R en (in mindere mate) Sony stonden aan de wieg van deze combi. Het grote klagen van de platenmaatschappijen begon…
De combi internet, MP3 en CD was dus geboren. De combinatie van deze drie betekende het einde van welk alternatief medium dan ook, MP3 kon gewoon gemakkelijk via internet verspreid worden, dankzij het kleine bestandsformaat. Bovendien kon het weer op een CD gebrand worden. De combi CD, MP3 en internet luidde een nieuw (maar slecht) tijdperk in voor platenmaatschappijen en artiesten. Muziek geleverd met gecomprimeerde data (MP3) was ook kwa geluidskwaliteit geen bezwaar meer voor de consument. De drempel was genomen en datacompressie was geen scheldwoord meer, ook niet voor audiofielen. Artiesten moeten weer gewoon het podium op om geld te verdienen, alleen een videoclip voldoet niet meer. Dat is (naar mijn mening) een goede ontwikkeling. Artiesten horen op het podium hun kunsten te vertonen en wij betalen er grif voor, als de performance de moeite waard is.
Nu slaan we MP3′s op de harde schijf op, of op een USB-stick, of een iPod of iPhone. Flashgeheugen en harde schijven lijken geen grenzen meer te hebben. De schijfmedia als DVD en CD voldoen gewoon niet meer, vanwege de beperkte opslagmogelijkheid. Zelfs een iPhone, of iPod met 8 GB biedt meer opslag dan een opneembare DVD en CD, laat staan een MiniDisc. We willen onze muziek gewoon overal ter beschikking hebben! Het wachten is nu op het moment dat we gewoon overal en altijd muziek (en films) kunnen streamen via internet, zonder opslaggeheugen in het apparaat.
MP3…. Wat is dat nu eigenlijk? MP3 staat voor MPEG1 layer 3, en wel voor het coderen van audio. Het formaat werd voor het eerst toegepast in de CD-Video en de CD-i van Philips, CD-i staat voor CD interactief. Naast interactieve CD’s werden er op CD-i ook video’s aangeboden in MPEG1-kwaliteit. Dit videoformaat was zelfs slechter dan VHS, i.v.m. de vele artifacten (blokjes en sleepfouten) in het weergegeven beeld. Misschien herinner je je nog wel (goudkleurige) de CD-Video, of Video-CD, deze maakten gebruik van hetzelfde MPEG1 video-formaat. De CD-Video en de CD-i bestaan niet meer en onlangs is zelfs de de LaserDisc (een andere naam voor 30cm Video Discs) ter ziele gegaan. In Azië was deze zogenaamde LaserDisc echter uitermate populair i.v.m. de karaoke-feestjes.
